Zoals beloofd zou ik in deze column terugkomen op de IJsselmondse Olympiër Siem Heiden. Siem Heiden? Ja, die IJsselmondenaar (1905-1993) die vóór de oorlog furore maakte als langebaanschaatser. Hij voetbalde ook en speelde bij ‘IJVV De Zwervers’ zelfs een tijd in het eerste elftal. Verder hield hij zich bezig met atletiek, boksen en wielrennen. Zoals eerder gememoreerd, vertegenwoordigde hij, samen met nog één schaatser, Nederland tijdens de Winterspelen in Sankt Moritz in 1928, waar hij ‘in een badkuip moest slapen omdat de bobo’s de bedden opeisten’. Van Heiden wordt verteld dat hij dat jaar het leven redde van Prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina. Die was ook op de Spelen aanwezig, waar hij genoot van de sport en nog meer van de drank. Dit laatste werd hem bijna fataal, toen hij in kennelijke staat in een sneeuwhoop belandde. Volgens eigen zeggen zou Siem, samen met een schaatsvriend, de onderkoelde prins nét op tijd uit zijn benarde situatie hebben bevrijd. Die gaf de beide heren als dank een paar sloffen sigaretten, op voorwaarde dat ze hun wedervaringen niet wereldkundig zouden maken… Ná de oorlog kreeg Siem de Bronzen Leeuw uit handen van Prins Bernhard, vanwege zijn onderscheidende rol tijdens de Tweede Wereldoorlog en een erepenning van de voormalige gemeente IJsselmonde omdat hij het dorp ‘op de kaart had gezet’. Als bestuurder van de deelgemeente heb ik ooit de ‘Siem Heiden Sportprijs IJsselmonde’ geïntroduceerd en uitgereikt aan IJsselmondse sporters of sportverenigingen die een bijzondere prestatie hadden geleverd. Net als de deelgemeente bestaat die niet meer. Zonde, maar de herinneringen blijven.
En dat doet me denken aan een andere Siem die in mijn jeugd geen onbekende was in IJsselmonde: Siem van Buren. Hij was melkboer en kwam een aantal keren per week bij ons thuis om melk en andere zuivelproducten te bezorgen. De eerste jaren van zijn ‘carrière’ deed hij dat met paard en wagen, later met een gemotoriseerd voertuig. Ik zie hem nog voor me met een shagje in zijn mond (waarvan het verhaal gaat dat hij dat pas na zijn werkdag oprookte) en zijn gebreide handschoenen zonder vingertopjes, want anders zou hij maar moeilijk met al dat muntgeld om kunnen gaan. Deze Siem onderscheidde zich door zich naast zijn werk in te zetten voor het kerkelijk jeugdwerk. Het gebouw ‘De Magneet’ heeft zijn bestaan mede aan hem te danken. Op een suikerzakje van destijds (wie spaarde die niet?) staat dan ook: Hervormd Jeugdgebouw. Na ruim vijftig jaar stopte hij als melkboer en werd hij door zijn klanten hartelijk bedankt voor zijn dienstverlening door de overhandiging van veel bloemen en melkflessen gevuld met bankbiljetten. Siem van Buren was in zijn tijd niet de enige die zijn dagelijks werk combineerde met vrijwilligerswerk. En helaas, dit zie je in onze tijd steeds minder. Sterker nog, het vinden van vrijwilligers wordt, ook bij onze vereniging, een groeiend probleem. En daarmee komt het voortbestaan op termijn in gevaar. Deze kwestie speelt niet alleen bij de wijkbussen en daarom zou het goed zijn als de gemeentelijke overheid dit onderkent en met gericht beleid komt om het tij te keren. Ik vrees echter het ergste, want uit de programma’s van alle partijen die op 18 maart meedoen aan de gemeenteraadsverkiezingen is er op dit punt weinig hoop te putten. En het wordt allemaal wellicht over een aantal jaren nog erger als er nog langer doorgewerkt moet worden. Tenzij. Ja, tenzij het straks om mensen gaat die vijftig jaar werken geen probleem vinden en ook van hun maatschappelijke betrokkenheid blijk willen geven door er wat vrijwilligerswerk bij te willen blijven doen. Was Siem van Buren zijn tijd vooruit?




