Vive la France


Terwijl ik deze column schrijf, zie ik de afschuwelijke beelden van de natuurbranden in Zuid-Frankrijk. Die doen me denken aan de vakantie van mijn gezin zo’n veertig jaar geleden. We stonden daar in dezelfde omgeving met onze tent op een camping. Toen we op een middag op het strand waren, zagen we het in de verte pikdonker worden. Even later vielen er ook roetdeeltjes uit de lucht. Foute boel, dacht ik. Dat klopte. Er verscheen iemand van de camping met een megafoon op het duin die waarschuwde voor een snel dichterbij komende bosbrand. Hij sommeerde alle campinggasten ogenblikkelijk het strand te verlaten, op de camping alleen de auto, reispapieren en waarde documenten te pakken en rustig, maar snel de camping te verlaten en naar het dichtstbijzijnde dorp te rijden, waar wij zouden worden opgevangen tot de bosbrand weer voorbij zou zijn. Ik herinner me nog de enorme chaos door campinggasten die ondanks de duidelijke boodschap toch probeerden om snel met hun auto plus caravan weg te gaan. Bij onze tent aangekomen heb ik als in een opwelling een gastankje afgekoppeld en naar de auto gebracht. Daarna twee stoeltjes in de achterbak gegooid, een rugzak met een fototoestel en documenten gepakt, vrouw en kind ingeladen om er vervolgens als een speer vandoor te gaan. In het aangewezen plaatsje was een sporthal vrijgemaakt voor de opvang. Dat vond ik niet zo aantrekkelijk en daarom heb ik mijn auto langs de weg geparkeerd en stoeltjes gepakt om rustig te wachten op de dingen die op ons afkwamen. Ik zeg rustig, maar dat was het bepaald niet door alle sirenes en helikopters. Kort daarna stopte er bij ons een fietser. Het bleek een uiterst aimabele Fransman te zijn die in dat plaatsje woonde en die spontaan zijn caravan aanbood om die te gebruiken zolang dat nodig was. De andere dag kregen we op het gemeentehuis te horen dat al onze spullen verbrand waren. We kregen een papier mee als bewijs, nodig voor de verzekering. Halverwege onze terugreis werden we in een hotel ontdekt door een jong stel dat ons herkende van de camping. Zij hadden kans gezien om bij het vertrek van de camping hun hele hebben en houden in hun auto te proppen en waren dus niets kwijt. De andere ochtend werd er op de deur van onze hotelkamer geklopt. Daar de stonden de jongelui met voor mijn vrouw en mij een stapeltje kleren voor de verdere terugreis. Na thuiskomst hebben we het besluit genomen om nooit meer te gaan kamperen. De verzekering heeft alle schade tot de laatste cent vergoed – dat dan weer wel. Moraal van het verhaal: je gelooft het misschien niet als je het nieuws volgt, maar er bestaan nog goede mensen. De les van het verhaal: denk goed na voordat je besluit om ’s zomers in Zuid-Frankrijk te gaan kamperen. O ja, bij het afhalen van dat schadebewijs in genoemd gemeentehuis trof ik ook het stel aan dat naast ons op de camping stond. Zij hadden toestemming gekregen om naar de camping terug te gaan om hun aanhangwagentje op te halen dat nog geheel intact bij een boom stond. Ik heb gevraagd om foto’s van onze tent te nemen. Die kregen we later te zien. Alleen de contouren van de tent en de koffers waren nog zichtbaar. En opvallend, aan ons wasrek dat een paar meter van de tent verwijderd stond, was de brand voorbij gegaan. Die brand had dus letterlijk een spoor van vernietiging achter gelaten. Had Frankrijk voortaan voor mij afgedaan? Nee, integendeel. Ik ben nog vaak terug geweest. Onlangs nog, naar Normandië. Voor het eerst bezocht ik er ook de stranden van D-Day. (6 september 1944. Het begin van de Bevrijding.) Indrukwekkend! Ik bedacht me wel ineens: Stel dat er in die tijd een soort Trump president van de VS was geweest en niet Roosevelt? Zouden we dan ook bevrijd zijn geworden van de nazi’s? Bij Frankrijk denk ik dus vooral aan vrijheid en natuurlijk ook aan mijn jeugdidool France Gall.

Poupée de cire, poupée de son

Vive la France!